De NOS verprutst weer eens een item over wetenschap

“Is deze Nederlander de nieuwe Einstein?”

De ankeiler aan het begin van het achtuurjournaal van dinsdag 8 november 2016 is veelbelovend. Het NOS Journaal besteedt aandacht aan de baanbrekende zwaartekrachttheorie van Erik Verlinde. De Amsterdamse hoogleraar theoretische natuurkunde publiceerde maandagnacht een potentiële opvolger van de relativiteitstheorie van Einstein uit 1915.

Reden voor NOS-verslaggever Peer Ulijn, die doorgaans de lichte, lollige items doet, om bij Verlinde langs te gaan. Met het volgende tenenkrommende gesprek tot gevolg:

Peer Ulijn: “Ja, dan denk je dat je ongeveer weet hoe het universum in elkaar zit. Er is zwaartekracht, verklaard door Newton. Toen kwam de relativiteitstheorie door Einstein. Je weet wel: E=mc². En dan komt Erik Verlinde. Hij komt met een totaal nieuwe theorie. Een theorie die eigenlijk voor veel mensen niet helemaal te begrijpen is. Maar hij werkt hier, dus we gaan het hem gewoon vragen.”

“Meneer Verlinde, kunt u nu eens uitleggen waar het om gaat?”

Erik Verlinde: “Nou, ik zal het proberen. Het gaat over de zwaartekracht natuurlijk. Daar hebben we een paar dingen die we gewoon nog niet goed begrijpen. We kijken dan bijvoorbeeld naar sterrenstelsels, en daar zitten de meeste sterren ergens in het midden. Maar er zijn ook sterren die aan de buitenkant aan het draaien zijn om het midden heen. En daar kun je naar kijken van, hoe snel draaien die sterren daaromheen. Want de zwaartekracht moet dat bij elkaar houden. En dan blijkt dat als we kijken naar alle materie die hier zit, die we kunnen zien, dat dat niet voldoende is. Er lijkt meer zwaartekracht te zitten dan Newton of Einstein zouden hebben verteld.”

PU: “Nou zoeken op dit moment de meeste wetenschappers naar een heel klein deeltje wat dat ook zou kunnen verklaren.”

EV: “Ja, dat klopt. Die stellen voor dat er eigenlijk in zo’n sterrenstelsel een soort wolk van deeltjes omheen zit die we nog niet gezien hebben. En daar wordt naar gezocht in allerlei experimenten.”

PU: “Maar u denkt dat ze voor niks aan het zoeken zijn.”

EV: “Nee, die zullen dat als mijn theorie juist is niet vinden. Daar ben ik dus ook van overtuigd.”

PU: “Zo zit het dus. Nou ja, zo zit het dus. Het is natuurlijk verschrikkelijk ingewikkeld. De meesten van ons zullen het nooit helemaal begrijpen. Wat wel belangrijk is, is dat dit iets totaal nieuws is. En als dit klopt, dan verandert dat ons beeld van het universum.”

Ja, het is zo ingewikkeld dat we überhaupt geen poging doen om het goed uit te leggen. Vanzelfsprekend maakte het NOS-item de tongen los op Twitter.

Het is niet voor het eerst dat het NOS Journaal er niet in slaagt om wetenschapsnieuws helder uit te leggen. In februari maakte de NOS een potje van het journaalitem over de ontdekking van zwaartekrachtsgolven, zoals Maarten Keulemans destijds opmerkte.

Kern van zijn kritiek: de inhoudelijke uitleg over de ontdekking ontbreekt, wel wordt er ingegaan op de randzaken – dat wetenschappers blij zijn en dat het dagelijks leven er niet meteen door verandert.

Opmerkelijk is dat het Jeugdjournaal en de NOS-website er wel in slaagden zwaartekrachtsgolven helder uit te leggen, net als RTL Nieuws.

Ook nu zijn de berichten op NOS.nl en NOS op 3 een stuk vollediger dan het item in het achtuurjournaal. Misschien dat het toch eens tijd wordt dat de NOS wetenschapsredacteuren in dienst neemt, zodat die een hoogleraar als Erik Verlinde kunnen bevragen.

Zo ging de NOS opnieuw de mist in met wetenschapsnieuws

De redactie van NOS op 3 maakte een korte reportage over nanofolie die schadelijke straling van mobiele telefoons tegen moet houden. Het item is echter kort door de bocht en inmiddels gerectificeerd. Wat ging er mis?

De NOS lag het afgelopen jaar meerdere malen onder vuur vanwege de gebrekkige berichtgeving over wetenschappelijke thema’s. Zo berichtte de NOS onder meer over een zuiplappeninvasie in ziekenhuizen op nieuwsjaarnacht, dat jongeren stress krijgen van sociale media en dat het aantal hartstilstanden zou zijn gedaald door het rookverbod.

De roep om aparte wetenschapsredacteuren – de NOS heeft geen aparte redactie daarvoor – werd luider. Hoofdredacteur Marcel Gelauff reageerde op alle commotie en kreeg een delegatie van de vereniging van wetenschapsjournalisten over de vloer.

Maar ook in het nieuwe jaar begaat de NOS een misstap. Dit keer is het de redactie van NOS op 3 die een item maakte over een folie die straling van mobieltjes tegenhoudt.

Toegegeven, het item is minder tendentieus dan dat van Zembla, dat in juni aan pure bangmakerij deed met de uitzending ‘Ziek van je mobieltje’. Wetenschapsjournalist Nadine Böke schreef daarover een uitgebreid artikel op De Nieuwe Reporter. Maar ook de bijna twee minuten durende video van NOS op 3 bevat genoeg onjuistheden. De video is inmiddels offline gehaald, maar onze vrienden van GeenStijl hebben een kopie van de video gemaakt.

(N.B. Ook de GPD publiceerde een stuk over de wonderlijke nanofolie, dat eveneens kort door de bocht is.)

‘Pas nou op met die straling!’

Gelijk in het begin gaat het al mis. Redacteur Emil van Oers belt met ene René en richt zich vervolgens tot de kijker: “We hebben die telefoon de hele dag op ons lichaam en daar kan straling bij vrijkomen. Toch?” Bij een mobiele telefoon kan inderdaad straling vrijkomen. Sterker nog: zonder radiogolven, een vorm van straling, kun je met een mobiele telefoon niet eens bellen. Straling klinkt bovendien eng, terwijl het overal om ons heen is in de vorm van licht.

De camera zwenkt naar rechts. Peter van der Vleuten, wiens bedrijf de nanofolie ontwikkelt, komt in beeld. “Ja, dat is inderdaad zo. En nu gaan wij proberen de gevolgen van die straling te voorkomen.” Hij impliceert dat de straling schadelijke gevolgen heeft voor het menselijk lichaam. Waarom zou je anders een folie ertegen ontwikkelen? Maar het is zeer de vraag of dat zo is: in wetenschappelijke onderzoeken is dat nog nooit stelselmatig aangetoond.

De boodschap van Van der Vleuten (‘Pas nou op met die straling!’) wordt nog eens versterkt doordat hij aan het eind zonder weerwoord vier aanbevelingen mag doen: gebruik je mobiel kort, schakel zo snel mogelijk over naar een vaste lijn, draag de telefoon niet op je lichaam en houd afstand van je oor bij het bellen. Van Oers laat hem de indruk wekken dat de straling van mobieltjes niet pluis is.

Wat is elektromagnetische straling?

Tijd voor een natuurkundeles. De straling van mobiele telefoons is zogenoemde elektromagnetische straling, een brede categorie die zowel schadelijke als niet-schadelijke vormen van straling bevat.

Bij gammastraling kun je maar beter uit de buurt blijven, dat weten ze ook in Japan na de kernramp van Fukushima. Dit is ioniserende straling met zoveel energie dat het een elektron uit zijn baan om de atoomkern kan brengen. Een elektron heeft een negatieve lading. Haal je er eentje weg, dan krijgt het atoom als geheel dus een positieve lading. Een elektrisch geladen atoom heet een ion, vandaar de naam ioniserende straling.

Maar een andere vorm van elektromagnetische straling, licht, is niet-ioniserend. En straling van mobieltjes, microgolfstraling, ook niet. Je kunt er warm van worden, daarom wordt het gebruikt in magnetrons om voedsel te verwarmen. Maar de dosis is dan vele malen hoger dan bij mobiele telefoons. Dus nee, je kunt geen popcorn maken met je mobiel. Arjan Dasselaar vergelijkt het in zijn column op NU.nl met het verwarmen van een kerk met een kaars: praktisch onmogelijk.

Het klopt dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) straling van mobieltjes indeelt in ‘categorie 2b’: mogelijk kankerverwekkend. Van Oers haalt dat ook aan in zijn verslag. Maar hij zegt er niet bij waarom dat is: de WHO kan namelijk niet helemaal uitsluiten dat die straling schadelijk is. Om het in perspectief te plaatsen: in dezelfde categorie van mogelijk kankerverwekkende stoffen staat ook koffie.

Bewijs: het mierenexperiment

Maar Van der Vleuten heeft bewijs dat de straling van mobieltjes schadelijk is in de vorm van een experiment, dat aan bod komt in het item van NOS op 3. Mieren zouden “ernstige pijn” ervaren bij blootstelling aan de straling. Ze “gaan op hun achterste poten staan, beginnen met antennes te zwaaien, die voelen zich dus ongemakkelijk erbij”. De mieren zouden er uiteindelijk zelfs aan doodgaan.

Het item vertelt echter niet dat het mierenexperiment omstreden is. Het is namelijk niet zeker dat het effect door de straling komt. Het kan ook de ventilator zijn geweest. (Update: hier een uitgebreide debunk van het mierenonderzoek.) Bovendien zeggen onderzoeken op mieren niet per definitie iets over de effecten op mensen, zoals Van der Vleuten zelf ook aangeeft in zijn samenvatting van het onderzoek.

De werking van de nanofolie zelf is ook twijfelachtig. Het unieke materiaal zou ‘chaotische’ straling omzetten in coherente golven, waardoor de schadelijke effecten van de straling worden geneutraliseerd. Natuurkundige onzin, want de coherentie van een golf zegt niks over hoe schadelijk de straling is. Het betekent simpelweg dat alle golven ‘synchroon’ met elkaar bewegen, net als twee mensen naast elkaar in de achtbaan die tegelijk op en neer gaan.

Het is niet de enige dubieuze claim die Van der Vleuten doet op de site van zijn bedrijf, Brainport Biotech Solutions. Zo schreef hij ook dat mobiele telefoons geschikt zijn als mierenverdelger. “Bij die experimenten is vastgesteld dat straling van mobiele telefoons voor mieren letterlijk pijnlijk is.” En dat terwijl hoogst onzeker is of mieren überhaupt pijn kunnen voelen.

De linklijst op de site van Brainport Biotech Solutions verraadt de agenda van Van der Vleuten. Hyperlinks naar de Stichting Elektrohypersensitiviteit en StopUMTS.nl, clubs die waarschuwen voor de schadelijke gevolgen van straling. Van der Vleuten is bepaald geen onafhankelijke wetenschapper. Een grondige blik op de site had NOS op 3 bewust kunnen maken van de belangen van Van der Vleuten.

The bigger picture: waarom dit item?

Nu is het onmogelijk om in een item van twee minuten al deze kanttekeningen te plaatsen. Het moet voor de kijker wel kijkbaar blijven. Maar juist dit soort onderwerpen verdienen en vergen meer uitleg en nuance.

Juist daarom de vraag: waarom dit item maken? Van der Vleuten maakt een folie tegen iets waarvan niet bewezen is dat het schadelijk is. Bovendien wil hij gewoon zijn product verkopen en speelt daarbij in op de angsten van mensen. Zakelijk gezien slim, maar waarom helpt NOS op 3 daaraan mee?

NOS op 3: dit is voor ons een les

NOS op 3 heeft de video inmiddels verwijderd en een rectificatie online gezet. In een reactie aan De Nieuwe Reporter laat Emil van Oers weten dat het niet de bedoeling was om de suggestie te wekken dat straling bij mobiel bellen en internetten schadelijk is. “We zeggen we in de presentatietekst: ‘Is bellen en internetten met je mobieltje nou slecht voor je gezondheid of niet? Er zijn horrorverhalen over hersentumoren, maar niemand weet het echt zeker’, aldus Van Oers, de maker van het item. “Ook spreken we in de tekst over ‘mogelijk schadelijk’ en ‘mogelijk kankerverwekkend volgens WHO’, om de kijker duidelijk te maken dat gevolgen voor de gezondheid niet bewezen zijn.”

“We kunnen ons vinden in de kritiek dat er gedurende het item te veel nadruk wordt gelegd op de mogelijke schadelijke gevolgen van straling. Het voorbeeld van de mieren hebben we onvoldoende onderzocht en de aanbevelingen aan het eind zijn te suggestief. Om die reden hebben we besloten te rectificeren”, laat Van Oers schriftelijk weten.

“Het zijn de wetten van televisie waarin je in een zeer beperkte tijd een complex thema moet uitleggen. Daardoor kan de nuance, die dit onderwerp zeker verdient, in het geding raken. Dit is hier een voorbeeld van. En voor ons een les.”

Dit artikel verscheen eerder op De Nieuwe Reporter.

Foto: Patrick Coe, Flickr.

Geen geloof in Gelauff

Marcel Gelauff. Foto: NOS

De hoofdredacteur van NOS Nieuws, Marcel Gelauff, denkt geen wetenschapsredacteuren nodig te hebben op de redactie. En dat terwijl de NOS meerdere malen in de fout is gegaan bij het interpreteren van onderzoeken. Recente uitspraken maken bovendien duidelijk dat Gelauff niet weet waar wetenschap voor staat.

De waarheid is een lastige klant. Al eeuwenlang steggelen filosofen over wat de waarheid precies is, wanneer iets waar is en of de waarheid te kennen valt. Misschien dat de hoofdredacteur van NOS Nieuws, Marcel Gelauff, dat in zijn achterhoofd had toen hij het volgende zei tegen universiteitskrant TU Delta:

Ik kan niks met de suggestie dat wij de waarheid kunnen vaststellen of het volk kunnen opvoeden.

Een opmerkelijke uitspraak voor het hoofd van een journalistiek medium. Vanuit filosofisch oogpunt heeft hij wellicht gelijk, maar journalistiek gezien is het hoogst dubieus te noemen. Temeer omdat het botst met hét kernbegrip van het beroep.

Journalistieke codes
De journalisten Bill Kovach en Tom Rosenstiel stelden in hun boek The Elements of Journalism een lijst samen van journalistieke principes. Dat deden ze op basis van uitvoerig onderzoek onder journalisten in samenwerking met onderzoekers van een universiteit. Kovach en Rosenstiel kwamen tot negen journalistieke principes waar journalisten het over eens zijn en waarvan burgers het recht hebben om ze te verwachten. Het eerste principe luidt als volgt:

Journalism’s first obligation is to the truth.

Daar is-ie weer: de waarheid. Het concept dat volgens Gelauff niet is vast te stellen, maar dat door journalisten kennelijk tot belangrijkste plicht wordt gezien om zich aan te houden. Ook in andere journalistieke codes, zoals in de Code van Bordeaux en in die van het Genootschap van Hoofdredacteuren staat het streven naar waarheid als eerste genoemd.

Politieke beslissingen
Als Gelauff het idee loslaat dat de waarheid vast te stellen is, dan zegt hij eigenlijk dat alles even ‘waar’ kan zijn. Hoe kun je dan bezig gaan met betrouwbare journalistiek? Met andere woorden: waar kijk ik dan naar als ik het NOS-journaal zie?

Eén allesomvattende waarheid mag dan een illusie zijn, we weten allemaal dondersgoed wat het concept waarheid inhoudt. We willen weten hoe zaken in elkaar steken, hoe betrouwbaar informatie is. Informatie op basis waarvan (politieke) beslissingen worden genomen. Het is mijns inziens de taak van de journalistiek om informatie op waarde te schatten, feiten te controleren en tot een zo afgewogen mogelijk oordeel te komen.

Met de kennis van nu hadden landen de VS wellicht niet gesteund bij de oorlog in Irak. Grote Amerikaanse publicaties als The New York Times en The Washington Post hebben erkend dat ze destijds de argumenten van de regering Bush om Irak aan te vallen niet genoeg onder de loep hebben genomen.

Hetzelfde punt maakt Maarten Keulemans bij de ophef rondom de Mexicaanse griep. Terwijl de BBC een ervaren wetenschapsredacteur aan liet schuiven die de impact van de ziekte relativeerde, gaf de NOS een podium aan viroloog Ab Osterhaus en RIVM-topman Roel Coutinho. Beide hebben als beroep het waarschuwen tegen ziektes.

Nederland bestelde uiteindelijke voor 144 miljoen euro teveel aan vaccins. Dat gebeurde in andere landen, waaronder Engeland, niet. Om te stellen dat de NOS hiervoor hoofdverantwoordelijk is, gaat te ver. Maar de onevenwichtige berichtgeving heeft de maatschappelijke onrust in ieder geval niet afgezwakt.

Burgers dienen
Gelauff is nog niet klaar. Hij vervolgt:

Als is geconcludeerd dat de Q-koorts ongevaarlijk is voor de mens, moet ik dan vervolgens het massale protest tegen de aanpak ervan negeren? Dat doe ik niet. Als de kijker na het zien van zo’n item in verwarring is, dan is dat zo.

Gelauff legt hier een verband dat er niet is. Natuurlijk moet de NOS verslag doen van massaal protest in de samenleving. Maar dat staat los van de vaststelling of de Q-koorts gevaarlijk is of niet.

Bovendien zou je kunnen beargumenteren dat Gelauff hiermee in gaat tegen het tweede journalistieke principe van Kovach en Rosenstiel. Dat luidt:

Its first loyalty is to citizens.

De NOS is burgers niet van dienst door ze in verwarring achter te laten. Ik neem aan dat mensen het journaal kijken omdat ze willen weten wat er is gebeurd en hoe zaken in elkaar steken. In het voorbeeld van de griepvaccins wordt bovendien belastinggeld onnodig gespendeerd, ook geen blijk van loyaliteit naar de burger toe. (Nogmaals, de NOS is in dit geval niet de hoofdverantwoordelijke, maar de berichtgeving heeft de zaak in elk geval geen goed gedaan.)

Onderzoek naar sociale media-stress
Eenzelfde punt wat betreft gemeenschapsgeld valt te maken met het onderzoek naar sociale media-stress, dat vorige week veelvuldig in de aandacht was. Linda Duits merkte op dat er veel overheidsgeld gaat naar initiatieven rondom mediawijsheid. Het is mogelijk dat de overheid geld van burgers besteedt aan sociale media-cursussen naar aanleiding van dit dubieuze onderzoek waar onder andere de NOS over berichtte.

Aan het onderzoek van de Nationale Academie Media & Maatschappij zitten de nodige haken en ogen, zoals Maarten Keulemans en Duits al aantoonden. Maar een kritisch geluid ontbreekt in het twee minuten en vijftien seconden durende filmpje van de NOS. Daarmee schendt de NOS het derde journalistieke principe van Kovach en Rosenstiel:

Its essence is a discipline of verification.

De essentie van de journalistiek is checken of iets klopt. En dat lijkt in dit geval onvoldoende te zijn gebeurd.

Het verweer van Gelauff overtuigt niet. In een ingezonden brief in de Volkskrant liet hij weten dat het onderzoek is voorgelegd aan professor Jan van Dijk van de Universiteit Twente. “Hij kwalificeerde het onderzoek als betrouwbaar en de resultaten als geloofwaardig.”

Nu heb ik bij de opleiding journalistiek geleerd dat één bron geen bron is. Het raadplegen van één expert ontslaat de redactie bovendien niet van elke vorm van zelfstandig nadenken. Een korte, kritische blik op het onderzoek en de uitvoerende organisatie had al alarmbellen moeten doen rinkelen bij de NOS.

Daarnaast schuift Gelauff alle verantwoordelijkheid van zich af. En dat terwijl Jan van Dijk volgens mij niet bepaalt wat er in het achtuurjournaal komt. Gelauff is eindverantwoordelijk; hem treft daarom blaam voor de keuze het item op deze manier uit te zenden.

Navraag bij Van Dijk door Keulemans en Duits leert bovendien dat hij helemaal niet gezegd heeft dat het onderzoek betrouwbaar is. Het onderzoek is volgens hem niet representatief en de samenvatting bevat “een hoop onzin over Skinnerboxen, stress en de niet bestaande afwijking FOMO. Zelfs het onderscheid tussen stress en verslaving wordt niet goed gemaakt.”

Wel denkt Van Dijk dat sociale media-stress een reëel probleem is voor sommige jongeren. Het is volgens hem belangrijk dat het op de agenda wordt gezet, “ook al is het dan via een slecht en totaal niet wetenschappelijk onderbouwd onderzoek”. Deze enorme kanttekening komt niet terug in het item van de NOS.

Ondanks het dubieuze onderzoek is Van Dijk wel positief over het item van de NOS. Hij wil namelijk aandacht vragen voor het maatschappelijk effect van sociale media. Met een reden: “Misschien krijgen de universiteiten dan eindelijk eens een keer wat geld om dit onderzoek goed te doen”, aldus de professor. Ook Van Dijk heeft dus een belang, iets wat de NOS zich klaarblijkelijk onvoldoende realiseert.

Neutrino’s
Sociale media-stress en de Mexicaanse griep zijn niet de enige voorbeelden van misstappen van de NOS. Net als de persvoorlichter van TU Delft Michel van Baal kromp ik ineen toen ik een item in het journaal zag over de neutrino’s die niet sneller dan het licht bleken te zijn gegaan. Verslaggever Kees van Dam sprak daarover Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft. Zijn vraag: “Onderzoeksresultaten naar buiten brengen die later die niet blijken te kloppen. Hebben we het dan over een blunder, gerommel?”

Nee, dan hebben we het niet over gerommel. De reden dat de onderzoekers van CERN de resultaten naar buiten brachten was dat ze zelf op hun klompen aanvoelden dat er iets niet moest kloppen. De theorie van Einstein staat als een huis. De kans was groot dat er ergens een fout in de meetmethode zat waardoor de neutrino’s sneller dan het licht leken te gaan. Alleen konden de onderzoekers de fout niet vinden, vandaar dat ze andere wetenschappers om hulp vroegen.

Geen wetenschapsredacteuren
Deze fout had voorkomen kunnen worden door het item door een wetenschapsredacteur te laten maken, maar die heeft de NOS niet in dienst. Dat is een bewuste keuze. Oud-hoofdredacteur Hans Laroes vond dat onnodig en zijn opvolger Marcel Gelauff zet die lijn voort. In hetzelfde artikel van universiteitsblad TU Delta zegt Gelauff daarover:

Ik wil niet dat mijn collega’s het werk van wetenschappers overdoen. Daar is geen tijd voor. We hebben een permanente deadline. Natuurlijk moeten ze een bepaald onderzoek wel in de context plaatsen. En natuurlijk maken we wel eens fouten, maar toch denk ik: daarvoor heb ik geen wetenschapsredacteur nodig. Dat hoort gewoon bij gedegen journalistiek handwerk.

Terwijl de wereld in rap tempo ingewikkelder wordt door steeds geavanceerdere technologie die in alle hoeken van de samenleving opduikt, denkt de hoofdredacteur van NOS Nieuws daarover te kunnen schrijven zonder specialist. Meerdere blunders laten zien dat dat vaak misgaat.

Het is niet dat de NOS geen specialisten in huis heeft. Gelauff:

We hebben wel specialisten op bepaalde thema’s als gezondheidszorg, maar wij halen journalisten in huis, geen wetenschappers.

Alsof het een het ander uitsluit. Er zijn in Nederland talloze wetenschapsjournalisten, die beide disciplines weten te verenigen. Sterker nog: ze hebben zelfs een eigen vereniging.

Een wetenschapsredacteur kan tijd besparen
Ik verbaas mij nog meer over het feit dat gezondheidszorg wel een eigen portefeuille waard is, maar wetenschap niet. Alsof iedereen met wat rondbellen en nadenken zomaar verslag kan doen van “dopingschandalen, veeziektes, klimaatverandering, kernenergie, weersextremen, virusuitbraken, computerbeveiliging, milieurampen en criminaliteitsstatistieke”. Een natuurwetenschappelijke bachelor duurt niet voor niets drie jaar.

Bovendien kan een wetenschapsredacteur in tegenstelling tot wat Gelauff denkt juist tijd besparen. Het is van toegevoegde waarde als er iemand op de redactie aanwezig is met verstand van zaken die snel kan aangeven hoe iets in elkaar steekt en welke invalshoek interessant is.

Toen het na de aardbeving in Japan mis dreigde te gaan bij de kerncentrale Fukushima heb ik op de krantenredactie waar ik destijds werkte uitgelegd wat de drie belangrijkste soorten ioniserende straling zijn. Handig voor de andere redacteuren, die gelijk meer kennis over de situatie hadden. Maar het bespaarde ook tijd, omdat enkele verhaalideeën van tafel konden en er een paar stappen verder werd gedacht.

De essentie van wetenschap
Waar komt deze starre houding van Gelauff tegenover wetenschap vandaan? Keulemans houdt het erop dat wetenschap maar lastig, vervelend en saai is. Maar volgens mij gaat het verder dan dat. Gelauff heeft totaal geen benul van waar de wetenschap voor staat. Hij zegt:

[H]et is niet zo dat wetenschappers dé waarheid vertellen. De wetenschap staat niet stil. Wat vroeger voor waar werd aangenomen, wordt inmiddels weer ondergraven. Absolute waarheden bestaan niet.

Daar is-ie weer: de waarheid. Gelauff heeft gelijk, maar laat daarmee zien dat hij van wetenschap geen kaas gegeten heeft. Wetenschappers twijfelen juist voortdurend aan alles, dat moet de basishouding zijn. Door twijfel blijf je scherp. Wetenschappelijk onderzoek maakt stappen juist door slimme lieden die zich constant dingen afvragen. Niks staat vast.

Daartegenover staat een zekerheid: wetenschap werkt door de bank genomen. Het is een bewezen methode om kennis te vergaren. De relativiteitstheorie van Einstein wordt misschien ooit overtroffen door een nieuw model dat nóg meer verklaart, maar dat betekent niet dat we op de huidige theorie niet kunnen bouwen. Zonder Einstein zouden we bijvoorbeeld geen GPS hebben, een uitvinding waarvan veel mensen dagelijks gebruikmaken om de weg te vinden.

Reactie
Nieuwslezeres Sacha de Boer reageerde snel na de kritiek op haar interview met NS-directeur Meerstadt. Tot op heden heeft Gelauff, op de ingezonden brief na, niet gereageerd. Niet op de publicatie van universiteitsblad Delta, noch op de NOS-berichtgeving over sociale media-stress. Op het weblog van de NOS-hoofdredactie is het tot nu toe stil gebleven. Ik roep Marcel Gelauff op om zich te mengen in de discussie en een uitgebreide toelichting te geven.

Update: Gelauff heeft inmiddels gereageerd op de kritiek over de berichtgeving rondom sociale media-stress. In de comments gaat hij ook kort in op de bredere kritiek.

Dit stuk verscheen eerder op De Nieuwe Reporter.