Na meer dan 6 jaar ben ik gestopt met mijn totaal onzinnige verslaving: overal inchecken

Bijna drie maanden geleden ben ik gestopt met mijn verslaving. Plotseling. Cold turkey.

Ik hoefde daarvoor niet weken in een kliniek door te brengen of in een praatgroep mijn ziel bloot te leggen. Het was zo simpel als een stuk software van mijn smartphone halen. “Wil je deze app verwijderen?” Ja!

De verslaving? Foursquare. Of zoals het tegenwoordig heet: Swarm. Doel van de app is om op plekken in te checken. Een station, een kroeg, een museum. Doe je dat het vaakst van alle gebruikers, dan word je de ‘burgemeester’ van die stek.

Ik deel voor het eerst waar ik ben op 27 april 2010 om 10.32 uur. Locatie: de Universiteitsbibliotheek in Groningen. Toch even laten weten dat ik aan het studeren ben.

Het inchecken verandert al snel in een obsessie. In het begin doe ik het nog zo onopvallend mogelijk, als vrienden naar het toilet gaan, kleding passen of een telefoontje aannemen. Later komt de smartphone meteen op tafel als ik in een restaurant zit.

Ik heb wel een regel: ik moet voet aan de grond hebben gezet op een plek. Met een bus of trein door een dorp rijden telt niet. Dan ben ik er niet echt geweest. Maar een blokje omlopen is geoorloofd om ergens in te checken en uiteindelijk de ‘mayor’ te worden.

In de beginjaren van Foursquare, dat net als Twitter doorbrak op hipsterfestival SXSW, is dat een virtuele eer onder de spaarzame nerds die de app ook hebben. Ik word de burgemeester van meerdere straten en pleinen in Nederland, van de supermarkt om de hoek, van de tandartsenpraktijk, een B&B in Ierland en een klooster in Bretagne. In sommige kroegen krijg je als ‘mayor’ korting, al heb ik dat zelf nooit meegemaakt.

In 2014, als het bedrijf van het inchecken een aparte app maakt, verandert Foursquare in een spel. Voor elke checkin krijg je munten. Daarvan kun je stickers kopen, die je bij een checkin inzet om bij bepaalde locaties het aantal gouden coins te vertwee- of verdriedubbelen. Een vliegwieleffect: hoe vaker je incheckt, hoe sneller je de felbegeerde stickers kunt gebruiken om je munttotaal te verveelvoudigen.

En dat betekent dat je hoger op de ranglijst met vrienden komt die de app ook gebruiken. Verzamel je in een week tijd de meeste munten, dan krijg je als nummer één bonusmunten.

Ik raak verslingerd. Overal waar ik ben, check ik in. En ik pas mijn gedrag aan. Deze week nog niet in een park geweest? Toch maar omfietsen om die munten mee te pakken – en de park-sticker te gebruiken om dat aantal te verdriedubbelen.

Op het laatst plaats ik zelfs een foto bij elke checkin, hoe korrelig, donker en wazig die ook is. Want een foto betekent 5 extra munten. Daar heeft Foursquare, dat tegenwoordig als flitsende reisgids furore wil maken, niks aan.

Op 31 juli 2016 heb ik er genoeg van. Zelfs tijdens een ontspannen wandelvakantie van twee weken in Ierland voel ik de behoefte om mijn locatie te delen. Aan het strand, in een grot, boven op een berg. Ik ben geobsedeerd bezig met mijn telefoon en ik heb het door.

Als ik terug ben in Amsterdam, maak ik nog een laatste ronde. Ik loop door de buurt en check in bij elke straat, plein, brug of park dat ik tegenkom. Ik bereik mijn hoogste score ooit: 1024 munten in een week. Daarna gooi ik de app van mijn telefoon. Stoppen op je hoogtepunt.

De statistieken van meer dan zes jaar vrijwillig je locatie registreren zijn indrukwekkend: 7525 checkins op 1497 verschillende plekken. Ik checkte 1633 keer thuis in, 1197 keer bij stations, 1053 keer op kantoor, 710 keer bij supermarkten en 298 keer bij cafés.

En daar blijft het bij. Ik ben nu drie maanden Foursquare-vrij. Soms heb ik nog de reflex dat ik binnenloop bij een bijzonder museum of restaurant en denk: hier moet ik inchecken, dit moet ik vastleggen. Maar ik doe het niet. Want waarom zou ik? Uiteindelijk heb ik in al die jaren nooit een nuttige toepassing van mijn checkins kunnen ontdekken.

Smartphone van 42 euro uit China: hoe goed is-ie?

Een bruikbare smartphone hoeft tegenwoordig niet meer honderden euro’s te kosten. In China zijn ze te koop voor enkele tientjes, zoals de Blackview A8. Een aantrekkelijke prijs, maar daarvoor moet je zeker geen iPhone-killer verwachten.

Via de webshop AliExpress ga ik op zoek naar nieuwe smartphone. Ik heb enkele eisen: de smartphone moet een HD-scherm hebben, minder dan 50 euro kosten en een enigszins recente versie van Android draaien. Ik kom uit op de Blackview A8 met een prijskaartje van 42,24 euro. Verzenden naar Nederland is gratis.

Op papier zijn de specificaties heel behoorlijk, zeker voor de prijs. Het scherm van 5 inch heeft 1280 bij 720 pixels, binnenin zit een quadcore Mediatek-processor van 1,3 GHz, 1 GB aan werkgeheugen en 8 GB aan opslag. Het geheugen is bovendien uit te breiden van een sd-kaart van 32 GB. Dat alles draait op Android 5.1, de versie die eind 2014 op de markt kwam.

De camera aan de achterkant heeft 8,0 megapixels, die aan de voorzijde 2,0 megapixels. De accu van 2050 mAh gaat volgens de fabrikant zes dagen (!) mee bij normaal gebruik.

Een betrouwbare buddy is de Blackview A8 echter niet, kom ik achter als ik de telefoon ga gebruiken. Met name het scherm levert de nodige frustraties op. Om de drie zinnen moet ik een spelfout corrigeren, omdat de telefoon mijn aanraking niet goed registreert.

En zo zijn er nog meer dingen die net niet lekker werken. Goedkoop is duurkoop, blijkt maar weer eens. Lees mijn volledige recensie op Z24.nl.

Krijg je hersenkanker van mobiel bellen? Nee, zeggen deze wetenschappers

Foto Marjan Lazarevski, Flickr

Heb je een verhoogd risico op een hersentumor als je vaak belt met een mobiele telefoon? Australische wetenschappers namen de proef op de som.

De eventuele gezondheidseffecten van de straling van mobiele telefoons zijn al jaren onderwerp van gesprek. Tv-programma Zembla wijdde er vier jaar geleden een tendentieuze uitzending aan. Volgens het documentaireprogramma zou de straling gevaarlijk zijn voor mensen. De Nederlandse regering moet kinderen beschermen door bijvoorbeeld mobiel bellen op scholen aan banden moeten leggen, zoals het geval is inFrankrijk en België, was de boodschap.

De angst bestaat dat mobiel bellen hersentumoren veroorzaakt. Een ingrijpende bewering, mocht het waar zijn. We dragen immers bijna allemaal zo’n apparaat bij ons. Daarom wordt er al jaren veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de mogelijk schadelijke effecten van mobiele telefoons.

Dat je kanker krijgt van mobiel bellen is nog nooit stelselmatig aangetoond. Toch blijft de angst bestaan bij sommige mensen.

Verband tussen bellen en hersentumor

Australische wetenschappers wilden de claim dat er een verband bestaat tussen mobiel bellen en kanker weleens testen. Ze onderzochtende diagnoses van 19.858 mannen en 14.222 vrouwen met een hersentumor in Australië tussen 1982 en 2012. Dat legden ze naast het toenemende gebruik van mobiele telefoons. De resultaten werden deze week gepubliceerd.

Wat blijkt? In Australië is mobiel bellen gestegen van 0 procent in 1987 naar 94 procent in 2014. Het aantal gevallen van hersenkanker steeg in die periode bij vrouwen helemaal niet. Bij mannen was er wel een kleine stijging, maar zo miniem dat een verband niet aan te tonen valt.

Alleen bij ouderen tussen de 74 en 80 jaar oud nam het aantal hersentumoren toe, maar de wetenschappers vermoeden dat dat komt omdat we kanker sneller op kunnen sporen. Bovendien steeg het aantal gevallen van hersenkanker in die leeftijdsgroep al voor 1982, toen er nog geen mobiele telefoons waren.

Kleine kans op hersentumor

Ook uit eerdere wetenschappelijke studies in andere landen blijkt geen verband tussen mobiel gebruik en hersenkanker. Niet in Denemarken tussen 1990 en 2007, Niet in Engeland tussen 1998 en 2007, niet in heel Europatussen 1995 en 2002, en in Japan steeg het aantal gevallen tussen 1974 en 1987 en daalde het vervolgens tot 2004.

Kanker in het centrale zenuwstelsel is hoe dan ook erg zeldzaam. In 2015 waren er in Nederland  1.248 gevallen. Als je dat corrigeert voor de grootte en samenstelling van de bevolking, is de kans dat je zo’n tumor krijgt ongeveer één op zestienduizend, hetzelfde als vijfentwintig jaar geleden.

Als er wereldwijd meer gevallen van hersenkanker zijn, dan zal dat voornamelijk komen doordat er meer mensen op de aardbol rondlopen, niet doordat we meer zijn gaan bellen.

Effecten op lange termijn

Het zou kunnen dat er kleinere effecten zijn die zich pas op de hele lange termijn openbaren. Zo zou de straling van mobiele telefoons volgensdiverse studies de aanmaak van eiwitten verstoren. Maar al die proeven zijn gedaan met losse cellen in een bakje, de vraag is of het effect ook optreedt in het menselijk hoofd.

Als bellen over een periode van veertig jaar of meer schadelijk is voor het menselijk lichaam, dan weten we dat nog niet. Mobiele telefoons zijn er immers nog niet zo lang. Dat moeten studies, waarbij mensen decennialang gevolgd worden, in de toekomst uitwijzen.

Bijna alle signalen wijzen er tot nu toe op dat er geen verband is tussen mobiel bellen en hersenkanker. En als straling van mobieltjes schadelijk is, dan is het effect waarschijnlijk zeer klein. Dat betekent niet dat bellen ongevaarlijk is. Telefoneren achter het stuur leidt af en vergroot de kans op een verkeersongeluk. Ook als je handsfree belt.

De case van Bas Group kan zo gebruikt worden bij een marketingopleiding. En dan niet als lichtend voorbeeld.

Het moederbedrijf van Dixons, iCentre en Mycom heeft recent wifi-tracking ingevoerd in alle 160 winkels. Dat houdt in dat het wifi-signaal van de smartphones van klanten wordt gepeild. Zo kan Bas Group kijken hoeveel klanten er binnenkomen en hoelang ze blijven.

Het probleem: Bas Group heeft het stilletjes ingevoerd. Klanten wisten van niks. Niet slim in een periode waarin er elke week weer een nieuwe onthulling van Edward Snowden is.

Natuurlijk lekte dit uit. Gevolg: een PR-ramp waardoor het woord wifi-tracking ineens op alle nieuwssites en in alle journaals opdook. Had Bas Group netjes een persbericht uitgebracht, was de ophef vast niet zo groot geweest. Nu hebben ze de hele dag aan damage control moeten doen en uiteindelijk toch stickers op de winkelruit moeten aanbrengen na kritiek van het College Bescherming Persoonsgegevens.

Rest de vraag, waarom wil Bas Group klanten eigenlijk volgen via hun smartphone? Daar schreef ik dit over op Z24.

De strijd om goede software

De Samsung Galaxy S III

Samsung kondigde bij de lancering van de Galaxy S III voornamelijke verbeteringen op softwaregebied aan. Is de hardwarerace voorbij?

Het is niet dat Samsung niet over de specificaties van zijn nieuwste Android-telefoon wilde praten. Maar de hoofdmoot van de presentatie donderdag bij de lancering van de Galaxy S III ging over nieuwe softwaresnufjes die de smartphone bevat.

Zo reageert de S III op spraakcommando’s. Dat doet denken aan Siri, de persoonlijke assistent die Apple heeft ingebouwd in de iPhone 4S. Bij Samsung heet het alleen S Voice. De S van Siri wellicht?

Ook een andere functionaliteit doet denken aan Apple. Via AllShare Play kun je video’s, muziek en foto’s via een draadloos netwerk naar andere apparaten sturen. De technologie (en ook de naam) komt overeen met Airplay, waar Apple sier mee maakt.

Oogdetectie
De Galaxy S III is tevens uitgerust met oogdetectie. De telefoon weet zo wanneer jij niet meer naar het scherm kijkt en kan dan bijvoorbeeld automatisch het display uitschakelen om stroom te besparen.

De telefoon moet anticiperen op wat jij doet. Als je bijvoorbeeld een sms aan het typen bent en je besluit dat je die persoon toch liever wilt spreken, dan hoef je alleen maar de telefoon naar je oor te bewegen. De telefoon belt de contactpersoon dan automatisch, een functie die Samsung ‘direct call’ noemt.

Software
Nieuwe softwaresnufjes dus. En een hele hoop. Dat Samsung zich voor een nieuwe telefoon niet focust op verbeterde hardware, maar op vernieuwende software betekent een ommezwaai voor de producent van consumentenelektronica.

Maar verrassend is die ommezwaai niet. De huidige smartphones zijn zodanig doorontwikkeld dat ze zich op hardwaregebied nauwelijks meer kunnen onderscheiden. Qua specificaties is de Galaxy S III bijna een kopie van de HTC One X, de grote concurrent die eind februari werd onthuld.

Lees verder op Z24.

Kan HTC het tij keren?

De HTC One X (Magnus Jonasson, Flickr

De Taiwanese producent van smartphones HTC heeft in het eerste kwartaal van dit jaar de winst scherp zien dalen. HTC lijkt het onderspit te delven in de felle concurrentiestrijd met Apple en Samsung. Kan HTC met een nieuwe lijn smartphones en de gang naar China het tij keren?

In de wereld van telefoons kunnen de verhoudingen razendsnel veranderen. Research in Motion (RIM) stond jaren aan de top met hun BlackBerry’s, toestellen met een fysiek qwerty-toetsenbord en goede e-mailondersteuning. Maar in het laatste kwartaal dook de Canadese telefoonmaker in het rood en wordt zelfs de verkoop van het bedrijf overwogen.

Nokia kent ook een moeilijk periode. Vijf jaar geleden kwamen de toptelefoons nog uit Finland, maar na de komst van de iPhone is Nokia links en rechts ingehaald door andere smartphonefabrikanten.

Eén van die fabrikanten die Nokia het nakijken gaf, is HTC. Na Apple, Samsung en RIM verkoopt de Taiwanese fabrikant nu de meeste smartphones ter wereld. Opmerkelijk, aangezien HTC pas in 2006 begon met de verkoop van telefoons.

Uitmuntende productiekwaliteit
High Tech Computer, dat was de oorspronkelijke naam van HTC. Anoniem, nietszeggend, uitstralingsloos. Dat paste bij de activiteiten van het bedrijf in 1997, toen het werd opgericht. HTC ontwierp en produceerde apparaten voor andere telefoonfabrikanten en computermakers. Zo maakte HTC de zakcomputer iPAQ voor Compaq in 2000.

Door de uitmuntende productiekwaliteit kreeg HTC een goede reputatie, schrijft The Economist. Maar het bedrijf wilde meer. Het investeerde meer geld in innovatie en ging apparaten verkopen onder de eigen merknaam.

iPhone
De HTC Touch was het eerste in het oog springende apparaat. De telefoon kwam in 2007 op de markt, ongeveer op het moment dat Apple de iPhone onthulde. Hoewel de Touch zich niet kon meten met de iPhone, wist HTC in het eerste jaar toch ruim 2 miljoen exemplaren van het toestel te verkopen. Apple verkocht in de eerste vijf kwartalen 6,1 miljoen iPhones.

Apple brak de markt voor touchscreen telefoons open. Daar profiteerde HTC van. HTC was bovendien zo slim omvoor Android, het mobiele besturingssysteem van Google, te kiezen. HTC maakte de eerste Android-smartphone.

Kentering
Mede door de snelle groei van Android wist het bedrijf de omzet in twee jaar tijd te verdrievoudigen. Het Taiwanese concern boekte in het eerste kwartaal van 2011 een winst van 390 miljoen euro. Maar daarna kwam er de klad in.

Niets wees daar begin 2011 nog op. HTC en concurrent Samsung presenteerden allebei hun nieuwste smartphones: de Sensation en de Galaxy S2. Het zou een nek-aan-nek-race worden tussen de twee Android-telefoons verwachtten de analisten, maar dat werd het niet.

Lees verder op Z24.

Foto: Magnus Jonasson, Flickr.