Gekapt

Terwijl de blonde kapster mijn haar knipt is ze druk aan het kwekken. Niet met mij, maar met de andere kapsters. Alle roddels worden besproken. “Die Bert, die is niet goed bij zijn hoofd. Ja, dat is de vriend van Jolanda, ja.” Ik voel me overbodig.

Als de kapster eindelijk aandacht voor mij heeft, komt het gesprek uit op mijn vader. Ik vertel dat hij al jaren last heeft van tinnitus, oftewel oorsuizen. Vaak slaapt hij slecht doordat hij constant een piep hoort. Doktoren weten niet wat de oorzaak is.

De kapster – type zweverig – wel. Ze denkt dat mijn vader te veel stress heeft. Dat kan kloppen. Hij is statisticus, al vijftien jaar raadslid en zit in een viertal buurtcommissies. Lange dagen zijn hem niet ongewoon.

Mijn vader moet het rustiger aan doen, concludeert de kapster. Anders kan het weleens verkeerd met hem aflopen. “Binnen anderhalf jaar krijgt hij een hartaanval”, voorspelt ze.

Dat was drie jaar geleden. Mijn vader leeft nog steeds en ik heb een andere kapper gezocht.