Campusleven

Campusleven

Het is niet zoals ik het me had voorgesteld. Totaal niet. Twee weken na aankomst is er bijna niks overgebleven van het oorspronkelijke plaatje in mijn hoofd. Uit elkaar gespat. Onherstelbaar beschadigd. Maar teleurgesteld ben ik zeker niet. Hier op de campus van Furman University is het boven verwachting leuk. Ik ben opgevangen in een warm bad van hartelijke mensen en internationale studenten. Ik zal nooit klagen over de vriendelijkheid van het Zuiden van de VS. Mensen groeten elkaar hier zelfs op straat.

Hoewel de eerste dagen wat onwennig waren, viel alles al gauw op zijn plek. Je wordt vanzelf meegesleurd in de melee van kennismakingsactiviteiten van de introductieweek. Zo heb ik onder andere ’s nachts gevolleybald, gedanst op een heuse rave en me vooral heel erg vaak voorgesteld. Wat dat betreft zou ik mijn naam beter kunnen veranderen in Mike. Herwin bekt niet zo lekker voor Amerikanen. Het beste wat ze er van maken is Hurwin of Hairwin.

In die introductieweek leer je ook de campus kennen. Het is hier werkelijk waar prachtig. De natuur was nog nooit zo dicht bij. De campus is gesitueerd rondom een meer waar eenden en zwanen hun rondjes zwemmen. Op het land huppen verschillende soorten eekhoorns over de altijd groene grasvelden. Kom je iets te dichtbij dan sprinten ze naar de dichtsbijzijnde boom en zijn ze zo verdwenen. Dieren genoeg. Ik heb zelfs al een moedereend met tien kleine kuikentjes zien waggelen door de bosjes.

Niet alleen de flora en fauna hebben indruk gemaakt, ook de gebouwen en fonteinen mogen er zijn. De bibliotheek bijvoorbeeld is alles wat je er van verwacht. Groots, pompeus en klassiek. Compleet met zuilen en inscripties. De vijf fonteinen op het terrein geven dat extra beetje elegantie. Mijn onderkomen is eveneens dik in orde. Ik deel mijn kamer niet met een “roommate” die te laat gaat slapen en muziek draait die ik niet leuk vind. Ik woon met drie andere studenten in een appartement en we hebben elk onze eigen slaapkamer.

Het enige minpunt is misschien het eten. Ik heb een “meal plan” aangeschaft, een strippenkaart voor het eten. Drie keer per dag kan ik naar de universiteitskantine om mijn portie kip of stoofvlees op te scheppen. De hamburgers en friet zijn in geen velden of wegen te bekennen, maar veel variatie is er niet. Elke morgen, middag en avond hetzelfde. Gelukkig heb ik een eigen keuken in mijn appartement. Nu eerst iemand vinden die ons naar de supermarkt wil rijden.

Deze column is onderdeel van een tweewekelijkse serie te lezen op www.emmen.nu en in de papieren variant daarvan.

Foto: kingary, Flickr.