Afslag Furman

Het is alsof je in een andere wereld terecht komt als je afslaat van Poinsett Highway. Een enorme fontein begroet je bij het binnenrijden van Furman University. De grote hekken geven het gevoel alsof je een pretpark binnenrijdt, maar dan wel een intellectueel pretpark. Mickey Mouse zul je hier niet aantreffen. Hoogstens de mascotte van het American Football team: een blikken ridder te paard.

Ook geen achtbanen, spookhuizen of andere attracties. Maar de campus heeft wel een ander kenmerk dat het aan een pretpark doet denken: het is een klein paradijs afgesloten van de grotemensenwereld. Een studentenenclave. Zo zou ik de campus willen omschrijven. Een groot stuk afgebakend land rondom een meer waar intelligente jongeren aan hun toekomst werken.

Een Mickey Mouse-figuur uit de Lage Landen beweerde ooit eens dat elk voordeel zijn nadeel heeft. Zelfs in de VS waar voetbal niet erg populair is, gaat dit inkoppertje op. Studeren op een campus met 2000 studenten is een positieve beleving. Je bent hier allemaal voor hetzelfde en kunt elkaar daarin steunen. Ik kan na drie maanden wel zeggen dat er op Furman een ons-kent-ons-sfeertje hangt.

En precies hierin schuilt het gevaar. Je bent alleen maar omringt door medestudenten. Continu ben je op een plek waar het hoofddoel onderwijs is. Helemaal als je, zoals ik, geen auto hebt en dus nergens gemakkelijk heen kunt. Bovendien wordt er drie keer per dag eten voor je bereid. Soms krijg ik het gevoel dat ik deel uitmaak van een geoliede machine waarbij de dag een cyclus is van vier activiteiten: lessen volgen, eten, studeren en slapen.

Dan is Groningen een heel ander verhaal. Ook al bestaat een kwart van de bevolking uit studenten, het leven in de stad is een stuk afwisselender. Na college beweeg ik me tussen mensen van alle leeftijden, ga ik lopend naar de winkel en kook ik mijn eigen eten. ‘s Avonds spreek ik af met vrienden en drinken we een pilsje. Studeren is nog steeds het belangrijkste doel, maar de omgeving waarin dat moet gebeuren is minder monotoon.

Het verschil tussen leven in een stad en studeren op een campus is groot. Op Furman leef je als het ware in een grote zeepbel die moeilijk te doorbreken is. Ik merk dat Furman-studenten daardoor minder zelfstandig zijn dan ik. Een fatsoenlijke maaltijd kan bijvoorbeeld niemand koken.

Laat dit dan ook mijn betoog zijn tegen een campus op het Zernike-complex. Groningen blijft wat mij betreft campusvrij. Al is het maar om de kookkunsten te garanderen.

Deze column is onderdeel van een tweewekelijkse serie die verschijnt in Emmen.nu.

Foto: kevandem, Flickr.