De overheid moet niet op de NSA-toer gaan, na de aanslag bij Charlie Hebdo

De overheid moet niet op de NSA-toer gaan, na de aanslag bij Charlie Hebdo

Ingrijpende gebeurtenissen roepen vaak heftige emoties op. En dat was bij de bloedige aanslag op de redactie van het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo niet anders.

Gewapend met een potlood gingen miljoenen Europeanen afgelopen week de straat op om hun steun te betuigen aan democratische kernwaarden als de persvrijheid. Met als summum de indrukwekkende stille optocht in Parijs, waar zondag 1,5 miljoen mensen aan deelnamen.

Ook aanwezig in de Franse hoofdstad was de Britse premier David Cameron, stemmig gekleed in een donkere jas. Die middag liep hij arm in arm met wereldleiders aan kop van de protestmars om zijn solidariteit met de slachtoffers te uiten, de volgende dag gebruikte hij diezelfde moordpartij als excuus om de afluisterstaat verder op te tuigen.

“Willen we in ons land een vorm van communicatie toestaan waarbij het niet mogelijk is om af te luisteren?”, vroeg Cameron maandag tijdens een toespraak over de economie in Nottingham. Hij doelde daarmee op diensten als WhatsApp, Snapchat en Telegram, die berichten versleuteld verzenden. Dat is in trek sinds Edward Snowden de grootschalige afluisterpraktijken van de NSA openbaarde.

Achterdeurtje inbouwen

De Britse inlichtingendienst kan niet lezen wat er via de chatapps wordt verstuurd. Daarom wil Cameron nieuwe wetgeving introduceren als hij in mei van dit jaar de parlementsverkiezingen wint. “De regering heeft immers als eerste opdracht om het land en zijn inwoners te beschermen”, aldus de Britse premier. “Het is dan ook noodzakelijk dat de wetgeving wordt aangepast om de terrorisme-dreiging efficiënt te kunnen bestrijden.”

De leider van de Conservatieven wil dat de techbedrijven een achterdeurtje inbouwen, zodat geheime diensten mee kunnen kijken als ze dat nodig achten. Doen ze dat niet, dan worden de chatapps geweerd uit het Verenigd Koninkrijk.

Meer macht geheime diensten

Cameron is niet de enige Europese politicus die de tijd rijp acht om inlichtingendiensten meer macht te geven. De Belgische minister van Justitie Geens breidt de mogelijkheden uit om telefoons af te tappen en zou net als Cameron graag privéberichten via internet in willen zien.

De Franse geheime dienst krijgt meer mensen en middelen om terrorisme effectiever te bestrijden, kondigde premier Valls aan in een emotionele toespraak in het parlement. Angela Merkel wil op grote schaal telefoon-, e-mail- en internetgegevens opslaan, iets dat de Duitse bondskanselier er al jaren door wil drukken.

In Nederland stelt minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie voor de reisgegevens van alle Nederlanders op te slaan. Dit om het reisgedrag van jihadisten in de gaten te houden.

Gigantisch sleepnet

En zo zijn er nog talloze voorbeelden van politici, hoog- en laaggeplaatst, die menen dat de enige manier om terrorisme effectief te bestrijden is om werkelijk alles te verzamelen wat los en vast zit.

Natuurlijk, er zijn wettelijke kaders waarbinnen ook de geheime diensten moeten opereren. Je mag niet zomaar iemand afluisteren. Maar door met een gigantisch sleepnet in het internet-, telefoon- en reisverkeer te vissen naar enkele terroristen, is er een aanzienlijk grotere groep die ten onrechte als ‘bijvangst’ wordt meegenomen.

Privacy in het geding

En dat raakt aan een fundamenteel punt. Cameron, Merkel, Opstelten en consorten zagen met hun plannen aan de stoelpoten van waar zij deze week juist de straat voor op gingen, namelijk de vrijheid van meningsuiting. Privacy is daarvoor een cruciale voorwaarde, en die komt door het uitbreiden van de opsporingsmogelijkheden juist in het gedrang.

Privacy houdt in dat jij controle hebt over wie te zien krijgt wat jij doet en waar jij bent. Tegen je baas gedraag je je anders dan tegenover je kinderen of vrienden van de middelbare school. Dat is jouw keuze. Maar als je constant in de gaten wordt gehouden en niet weet wanneer die informatie op kan duiken, pas je in elke situatie op je woorden.

Toegegeven, wij leven nog niet in een surveillancestaat zoals beschreven door Orwell in zijn boek 1984. Maar die komt wel steeds dichterbij, zo tonen de onthullingen van Snowden aan. En het is een glijdende schaal: elk beetje privacy dat burgers opgeven zien ze waarschijnlijk nooit meer terug.

Dat is kwalijk, want privacy is de drijvende kracht achter de vrijheid van meningsuiting, en in het verlengde daarvan, de democratie. Daarom is het schrijnend dat de politici die door het volk gekozen zijn privacy niet hoger in het vaandel dragen.