Je suis Charlie: mag het een onsje minder?

Je suis Charlie: mag het een onsje minder?

De hele woensdagmiddag en donderdag na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo buitelen Nederlandse journalisten over elkaar om hun steun te betuigen. Mag het een onsje minder zijn?

De moordpartij op de Franse cartoonisten van het satirisch weekblad Charlie Hebdo is van grote symbolische waarde. Het is een aanval op de vrijheid van meningsuiting en daarmee op onze democratie. De demonstraties en stille tochten in vele Europese steden maken duidelijk dat veel mensen, ook werkzaam buiten de journalistiek, geraakt zijn. Logisch dat de voorpagina’s van kranten in het teken staan van de gebeurtenissen van woensdag.

Maar toch wringt er iets. Sommige Nederlandse kranten gaan verder dan alleen het brengen van het nieuws. NRC Handelsblad opent met een commentaar. De Telegraaf houdt het bij de tekst ‘Bloedige aanslag op onze vrijheid’, uiteraard in chocoladeletters.

Het Parool plaatst een column van Theodoor Holman op de voorpagina, met daarboven in dik gedrukte letters de woorden ‘Wij zijn Charlie’. Met name die laatste voorpagina doet pathetisch aan. Ongetwijfeld niet zo bedoeld, maar het komt toch een beetje over alsof Het Parool zichzelf wat bravoure betreft op één lijn stelt met Charlie Hebdo.

Het Financieele Dagblad, nota bene een economische publicatie, opent met een commentaar en wijdt de eerste vijf pagina’s aan de aanslag. Natuurlijk mag de krant openen met algemeen nieuws, maar houd het wel proportioneel. De terreurdaad van Anders Breivik haalde in 2011 slechts pagina 12 van het FD.

Minuut stilte

Gedurende de dag houden de steunbetuigingen aan. Redacties plakken A4’tjes met ‘Je suis Charlie’ op de ramen, dat dan weer driftig getwitterd wordt door redacteuren. Sjuul Paradijs spreekt de redactie van de Telegraaf toe en houdt daarna een minuut stilte, alles keurig vastgelegd door een fotograaf van het ANP.

Die minuut stilte is er ook op andere redacties, waar weer volop foto’s van verschijnen op sociale media. Radio 1 is op dat moment op Utrecht Centraal, waar het “echt heel stil” is. En overal verschijnen artikeltjes over eventuele beveiliging van de redactielokalen. De journalistieke sector lijkt in het hart geraakt door wat er in Parijs is gebeurd.

Afstand houden

Vanwaar deze uitbarsting van solidariteit? Een cynische journalistieke vuistregel luidt: nieuwswaarde is aantal doden gedeeld door afstand. Misschien doet dat ook hier opgeld. Frankrijk is relatief ver weg, maar omdat het cartoonisten en journalisten zijn die het leven hebben gelaten, voelt het voor hun Nederlandse collega’s relatief dichtbij. Wat te denken van journalisten in conflictgebieden die dagelijks te maken hebben met bedreigingen?

De woede en angst van veel journalisten in Nederland is begrijpelijk, maar het zou goed zijn als journalisten iets terughoudender zouden zijn met zichzelf zo in de schijnwerpers te zetten door zich te vereenzelvigen met de redactie van Charlie Hebdo.

Enige distantie is gepast. Kijk naar de voorpagina’s van Duitse, Britse of Amerikaanse kranten. Of de Volkskrant en Trouw. Die brengen eerst het nieuws. En dat laatste is wat lezers en luisteraars ook mogen verwachten. Het nieuws verslaan en de gebeurtenissen duiden. Dat Nederlandse journalisten geschokt zijn, dat snapt die lezer ook zonder dat we het van de daken schreeuwen.

Dit opiniestuk is samen geschreven met Thijs Peters en verscheen eerder op De Nieuwe Reporter.