De slag om de surfende kiezer

De slag om de surfende kiezer

Hillary Clinton announces her run for presidency on YouTube
Ruim anderhalf jaar voor de Amerikaanse verkiezingen barst de strijd al los. Het internet is één van de plekken waar het gevecht om de kiezer plaatsvindt met YouTube als voornaamste exponent.

Zelf een filmpje opnemen en op internet zetten als reactie op een video van een presidentskandidaat. Het kan sinds kort met het nieuwe project van YouTube, You Choose ’08. Kandidaten hebben elk een eigen kanaal waarop zelfgemaakt beeldmateriaal te vinden is. Bezoekers kunnen hierop reageren door middel van een tekstbericht of een filmpje. Bij sommige gegadigden voor het Witte Huis lopen de geschreven reacties tot in de honderden.

Aankondiging van Clinton
Zo ook bij Hillary Clinton, de vrouw van ex-president Bill Clinton. Op 20 januari kondigde zij aan mee te doen in de strijd om het presidentschap van de VS. Zij maakte dit wereldkundig niet via traditionale media als de tv of krant, maar via een video op haar website. Ook andere kandidaten als Barack Obama en Rudy Giuliani maken gebruik van video’s op internet om de kiezer te bereiken zonder tussenkomst van een journalist. “In een interview is het altijd maar afwachten wat de journalist ervan gebruikt”, zegt Marc Chavannes, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Met online video’s hebben kandidaten zelf controle over de boodschap en over hoe ze overkomen.”

Clintons aankondiging op het internet is strategisch een slimme zet. Nieuwszenders zijn gedwongen om de clip te vertonen omdat ze anders niet de première in de uitzending hebben. Maar volgens Chavannes kan Clinton deze truc niet eeuwig blijven herhalen. Grote nieuwszenders in de VS zenden niet de politieke boodschappen uit, maar focussen zich voornamelijk op relletjes en hoe politici ervoor staan in de peilingen, de zogenaamde horse race om het presidentschap. Clinton moet de clips spannend genoeg maken om toegang te blijven houden tot de nieuwszenders.

Imitatiejournalistiek
Voor Clinton is het verder zaak de kiezer aan haar zijde te houden. Volgens Chavannes, tevens oud-VS-correspondent van NRC Handelsblad, imiteren de video’s vaak een journalistiek vraaggesprek om zo geloofwaardiger over te komen. Dit werkt echter averechts. “Over het algemeen zijn de clips te strak geregisseerd. De kijker merkt dat er iets niet klopt en neemt een cynische houding aan.”

David Cameron, leider van de Britse Conservative Party, pakt het daarom juist anders aan. Op zijn website staan opnames gemaakt met een simpele camcorder waarin hij zijn bezoek aan een lokaal bedrijfje laat zien of antwoord geeft op de vijf meest gestelde vragen van bezoekers aan zijn weblog. Het rommelige karakter van de video’s heeft de populariteit van Cameron niet geschaad. In een recente peiling ligt zijn Conservative Party 13 procent voor op de regerende Labour Party van Premier Blair.

Kans op flaters
De kans dat Amerikaanse kandidaten volgens Camerons methode te werk zullen gaan is echter klein. Vanwege de korte zendtijd op de Amerikaanse tv is het praten in soundbites een noodzaak voor politici geworden. Alle uitzendingen zijn door de campagneteams tot in de puntjes voorbereid zodat het risico op een uitglijder tot een minimum beperkt blijft. Op het internet hebben politici echter de tijd om over hun standpunten uit te wijden. Opslagruimte is goedkoop en praktisch oneindig. Het internet is gemaakt voor persoonlijke boodschappen als die van Cameron. Maar de angst voor een door YouTube uitvergrote politieke blunder is wat de kandidaten van het maken hiervan weerhoudt.

Dat de gevolgen van een flater groot zijn ondervond George Allen. De voormalig senator van de staat Virginia zag zijn ambities om president te worden in rook opgaan toen een belastende video van hem op YouTube verscheen. In de clip is te zien hoe hij een Indiaanse medewerker van een andere campagne uitmaakt voor ‘macaca’, een racistische benaming voor aap. Allen verloor daarop de verkiezing voor een plek in de Amerikaanse Senaat.

Ook Mitt Romney, voormalig senator van de staat Massachusetts, werd in januari verrast door een video op YouTube van een debat uit 1994. Romney pleitte destijds voor het recht op abortus en voor gelijke rechten voor homo’s, standpunten die hij sindsdien heeft teruggenomen. Romney reageerde snel op deze aanval door binnen acht uur een videoantwoord te sturen naar zijn aanhangers.

Van der Linde: invloed YouTube beperkt
YouTube heeft dus positieve, maar ook negatieve bijwerkingen. Wat is nu de uiteindelijke impact van YouTube op de Amerikaanse verkiezingen? Kay van de Linde, campagnestrateeg van Rita Verdonk en Leefbaar Nederland, denkt dat de invloed van de gratis videoaanbieder beperkt is. In de VS worden kiezers al jaren direct bereikt door reclamespotjes. “Campagnes betalen miljoenen om zendtijd te kopen om zo de media te omzeilen. YouTube is niet nieuw in dat opzicht.”

Van de Linde, die ook campagnebegeleider van diverse Amerikaanse politici was, denkt bovendien dat het internet als medium nog steeds ondergeschikt is aan tv. De zwevende kiezer bereik je onvoldoende via het web. “Internet is een actief medium. Je moet naar de websites van de kandidaten toe. Mensen die dat doen hebben vaak hun keuze al gemaakt.” Een tv-spotje bereikt ook mensen die er niet actief naar op zoek zijn, maar gewoon op de bank hangen.

Blunders uitvergroot
Chavannes denkt dat de kiezers die de video’s zien in staat zijn de politieke boodschap te nuanceren. De webwijze kiezer heeft via internet toegang tot ontelbaar veel bronnen om informatie te verifiëren. Door deze mogelijkheid is een kritische houding hen niet vreemd. Je houdt de kiezer niet zomaar voor de gek.

De Amerikaanse presidentskandidaten gaan intussen onverstoorbaar door met het maken van video’s. Democraten als Hillary Clinton, Barack Obama, John Edwards en Bill Richardson zijn ijverig met de bijdragen aan hun YouTube-kanaal. Aan republikeinse zijde zijn John McCain, Mitt Romney en Rudy Giuliani het best vertegenwoordigd op internet.

Of YouTube beslissend zal zijn in de Amerikaanse verkiezingsstrijd is voor Chavannes eenduidig: “Alleen in het laten struikelen van kandidaten. YouTube werkt als een vliegwiel en vergroot elke misstap uit.”

De presidentsverkiezingen zijn pas in november 2008. Tot die tijd is het wachten op het volgende ‘macaca-moment’.