De internetgeneratie binnen de oude bedrijfscultuur

Een artikel op NRC.nl van 20 juni sprak mij aan: ‘internetgeneratie ondermijnt traditionele bedrijfscultuur’. Twintigers zijn vrijblijvender in hun arbeidsgedrag en dat botst met de omgangsvormen bij grote bedrijven. Dat betogen vader en zoon Emmanuel en Alexis Le Portz in hun boek L’enterprise, les jeunes et internet.
“De vijftigplussers hechten aan baanzekerheid en een goed pensioen, de jongeren aan zelfontplooiing en een goed leven nu. Dat de scheidslijn tussen privé en werk vervaagt, vinden zij juist prettig. Dat geldt ook voor levenslang leren.”
Herkenbaar. Ik heb duidelijke ideeën over journalistiek op internet en wil mezelf ontwikkelen (interactieve kaarten leren maken bijvoorbeeld). Werk en privé houd ik nauwelijks gescheiden. Als ik vrij ben werk ik aan projecten voor Wegener en tijdens werktijd update ik weleens mijn website. Ik ben (bijna) altijd bereikbaar, ook voor werkgerelateerde zaken, via sms, Twitter of e-mail.
Het verschil in instelling tussen de (wat) oudere generatie en mijzelf merk ik dagelijks op de werkvloer. Als ik bij Wegener rondkijk, zie ik sommige journalisten die er al veertig jaar werken. Door reorganisaties en verhuizingen hebben ze weliswaar voor verschillende regionale kranten geschreven, maar het zijn echte Wegenermensen. Ik heb daar veel respect voor. Loyaliteit is een goede eigenschap. Maar ik zie mijzelf dat nog niet doen.
Niet dat ik Wegener niet hoog heb zitten als werkgever, maar ik zou mezelf niet bestempelen als Wegenermens. Ik ben een onafhankelijk persoon met eigen ideeën en Wegener maakt toevallig gebruik van mijn diensten.
Daarnaast maakt het verschillende product dat we dagelijks maken (internet vs. de krant) ook dat het denken over journalistiek uiteenloopt.
De krant wordt al jaren op dezelfde manier gemaakt en dat zal ook nog wel even zo blijven. Een typische krantendiscussie gaat over de nieuwskeuze. Op de internetredactie gaat het over nieuwe technologieën, nieuwe manieren van verslaggeving en presentatie, innovatie. Het landschap is kneedbaarder.
Ik wil meehelpen boetseren en dingen veranderen. Ik ben jong en zit vol ambitie. Ik heb – ja ja! – idealen. Ik wil met nieuwe ontwikkelingen bezig zijn; in de voorhoede acteren.
De organisatiestructuur van een doorsnee onderneming is vaak te log om snel te schakelen, iets dat moet in het internettijdperk waarin innovaties elkaar razendsnel opvolgen. Zeker in de journalistiek kan er nog heel wat geïnnoveerd worden. Maar kan dat in een groot bedrijf?
Ja, het kan denk ik wel. Maar dan moet het bedrijf van binnenuit veranderen en streven naar “een plattere, netwerkgedreven organisatiestructuur en lossere leiderschapsstijl”. Het computerbedrijf Le Groupe Bull creëerde bijvoorbeeld drie verschillende carrièrepaden voor drie leeftijdsgroepen.
Maar dat is één positieve uitzondering. Kunnen en willen mediabedrijven veranderen? Arjan Dasselaar denkt over het algemeen niet.

Jay Rosen zegt eveneens dat vernieuwing bij nieuwsorganisaties moeilijk is. Veel krantenbedrijven kiezen er niet voor om te investeren in een onzekere digitale toekomst, maar om het slinkende deel van hun product te oogsten. Ook blijven veel journalisten vasthouden aan de oude routines en willen dat niet snel veranderen. Rosen meent:
“Bij nieuwsorganisaties moet er ruimte komen voor journalisten die niet uitblinken in de traditionele productieroutine, maar in het bedienen van de gebruikers. Je ziet dat die mensen echter niet graag in zulke organisaties willen werken. Je komt ze vooral tegen bij startups.”
Dus dan maar een eigen bedrijf oprichten. Precies het idee waar ik al een tijd mee speel en waar een aantal vrienden van mij ook over nadenken. Maar dat is de omgekeerde volgorde. Je moet een eigen bedrijf oprichten omdat je een briljant idee hebt of een gat in de markt ziet, niet omdat je zonodig zelfstandig wilt zijn.
Maar dat ene idee, die ingeving van boven, laat op zich wachten.



