Geen geloof in Gelauff

Marcel Gelauff. Foto: NOS

De hoofdredacteur van NOS Nieuws, Marcel Gelauff, denkt geen wetenschapsredacteuren nodig te hebben op de redactie. En dat terwijl de NOS meerdere malen in de fout is gegaan bij het interpreteren van onderzoeken. Recente uitspraken maken bovendien duidelijk dat Gelauff niet weet waar wetenschap voor staat.

De waarheid is een lastige klant. Al eeuwenlang steggelen filosofen over wat de waarheid precies is, wanneer iets waar is en of de waarheid te kennen valt. Misschien dat de hoofdredacteur van NOS Nieuws, Marcel Gelauff, dat in zijn achterhoofd had toen hij het volgende zei tegen universiteitskrant TU Delta:

Ik kan niks met de suggestie dat wij de waarheid kunnen vaststellen of het volk kunnen opvoeden.

Een opmerkelijke uitspraak voor het hoofd van een journalistiek medium. Vanuit filosofisch oogpunt heeft hij wellicht gelijk, maar journalistiek gezien is het hoogst dubieus te noemen. Temeer omdat het botst met hét kernbegrip van het beroep.

Journalistieke codes
De journalisten Bill Kovach en Tom Rosenstiel stelden in hun boek The Elements of Journalism een lijst samen van journalistieke principes. Dat deden ze op basis van uitvoerig onderzoek onder journalisten in samenwerking met onderzoekers van een universiteit. Kovach en Rosenstiel kwamen tot negen journalistieke principes waar journalisten het over eens zijn en waarvan burgers het recht hebben om ze te verwachten. Het eerste principe luidt als volgt:

Journalism’s first obligation is to the truth.

Daar is-ie weer: de waarheid. Het concept dat volgens Gelauff niet is vast te stellen, maar dat door journalisten kennelijk tot belangrijkste plicht wordt gezien om zich aan te houden. Ook in andere journalistieke codes, zoals in de Code van Bordeaux en in die van het Genootschap van Hoofdredacteuren staat het streven naar waarheid als eerste genoemd.

Politieke beslissingen
Als Gelauff het idee loslaat dat de waarheid vast te stellen is, dan zegt hij eigenlijk dat alles even ‘waar’ kan zijn. Hoe kun je dan bezig gaan met betrouwbare journalistiek? Met andere woorden: waar kijk ik dan naar als ik het NOS-journaal zie?

Eén allesomvattende waarheid mag dan een illusie zijn, we weten allemaal dondersgoed wat het concept waarheid inhoudt. We willen weten hoe zaken in elkaar steken, hoe betrouwbaar informatie is. Informatie op basis waarvan (politieke) beslissingen worden genomen. Het is mijns inziens de taak van de journalistiek om informatie op waarde te schatten, feiten te controleren en tot een zo afgewogen mogelijk oordeel te komen.

Met de kennis van nu hadden landen de VS wellicht niet gesteund bij de oorlog in Irak. Grote Amerikaanse publicaties als The New York Times en The Washington Post hebben erkend dat ze destijds de argumenten van de regering Bush om Irak aan te vallen niet genoeg onder de loep hebben genomen.

Hetzelfde punt maakt Maarten Keulemans bij de ophef rondom de Mexicaanse griep. Terwijl de BBC een ervaren wetenschapsredacteur aan liet schuiven die de impact van de ziekte relativeerde, gaf de NOS een podium aan viroloog Ab Osterhaus en RIVM-topman Roel Coutinho. Beide hebben als beroep het waarschuwen tegen ziektes.

Nederland bestelde uiteindelijke voor 144 miljoen euro teveel aan vaccins. Dat gebeurde in andere landen, waaronder Engeland, niet. Om te stellen dat de NOS hiervoor hoofdverantwoordelijk is, gaat te ver. Maar de onevenwichtige berichtgeving heeft de maatschappelijke onrust in ieder geval niet afgezwakt.

Burgers dienen
Gelauff is nog niet klaar. Hij vervolgt:

Als is geconcludeerd dat de Q-koorts ongevaarlijk is voor de mens, moet ik dan vervolgens het massale protest tegen de aanpak ervan negeren? Dat doe ik niet. Als de kijker na het zien van zo’n item in verwarring is, dan is dat zo.

Gelauff legt hier een verband dat er niet is. Natuurlijk moet de NOS verslag doen van massaal protest in de samenleving. Maar dat staat los van de vaststelling of de Q-koorts gevaarlijk is of niet.

Bovendien zou je kunnen beargumenteren dat Gelauff hiermee in gaat tegen het tweede journalistieke principe van Kovach en Rosenstiel. Dat luidt:

Its first loyalty is to citizens.

De NOS is burgers niet van dienst door ze in verwarring achter te laten. Ik neem aan dat mensen het journaal kijken omdat ze willen weten wat er is gebeurd en hoe zaken in elkaar steken. In het voorbeeld van de griepvaccins wordt bovendien belastinggeld onnodig gespendeerd, ook geen blijk van loyaliteit naar de burger toe. (Nogmaals, de NOS is in dit geval niet de hoofdverantwoordelijke, maar de berichtgeving heeft de zaak in elk geval geen goed gedaan.)

Onderzoek naar sociale media-stress
Eenzelfde punt wat betreft gemeenschapsgeld valt te maken met het onderzoek naar sociale media-stress, dat vorige week veelvuldig in de aandacht was. Linda Duits merkte op dat er veel overheidsgeld gaat naar initiatieven rondom mediawijsheid. Het is mogelijk dat de overheid geld van burgers besteedt aan sociale media-cursussen naar aanleiding van dit dubieuze onderzoek waar onder andere de NOS over berichtte.

Aan het onderzoek van de Nationale Academie Media & Maatschappij zitten de nodige haken en ogen, zoals Maarten Keulemans en Duits al aantoonden. Maar een kritisch geluid ontbreekt in het twee minuten en vijftien seconden durende filmpje van de NOS. Daarmee schendt de NOS het derde journalistieke principe van Kovach en Rosenstiel:

Its essence is a discipline of verification.

De essentie van de journalistiek is checken of iets klopt. En dat lijkt in dit geval onvoldoende te zijn gebeurd.

Het verweer van Gelauff overtuigt niet. In een ingezonden brief in de Volkskrant liet hij weten dat het onderzoek is voorgelegd aan professor Jan van Dijk van de Universiteit Twente. “Hij kwalificeerde het onderzoek als betrouwbaar en de resultaten als geloofwaardig.”

Nu heb ik bij de opleiding journalistiek geleerd dat één bron geen bron is. Het raadplegen van één expert ontslaat de redactie bovendien niet van elke vorm van zelfstandig nadenken. Een korte, kritische blik op het onderzoek en de uitvoerende organisatie had al alarmbellen moeten doen rinkelen bij de NOS.

Daarnaast schuift Gelauff alle verantwoordelijkheid van zich af. En dat terwijl Jan van Dijk volgens mij niet bepaalt wat er in het achtuurjournaal komt. Gelauff is eindverantwoordelijk; hem treft daarom blaam voor de keuze het item op deze manier uit te zenden.

Navraag bij Van Dijk door Keulemans en Duits leert bovendien dat hij helemaal niet gezegd heeft dat het onderzoek betrouwbaar is. Het onderzoek is volgens hem niet representatief en de samenvatting bevat “een hoop onzin over Skinnerboxen, stress en de niet bestaande afwijking FOMO. Zelfs het onderscheid tussen stress en verslaving wordt niet goed gemaakt.”

Wel denkt Van Dijk dat sociale media-stress een reëel probleem is voor sommige jongeren. Het is volgens hem belangrijk dat het op de agenda wordt gezet, “ook al is het dan via een slecht en totaal niet wetenschappelijk onderbouwd onderzoek”. Deze enorme kanttekening komt niet terug in het item van de NOS.

Ondanks het dubieuze onderzoek is Van Dijk wel positief over het item van de NOS. Hij wil namelijk aandacht vragen voor het maatschappelijk effect van sociale media. Met een reden: “Misschien krijgen de universiteiten dan eindelijk eens een keer wat geld om dit onderzoek goed te doen”, aldus de professor. Ook Van Dijk heeft dus een belang, iets wat de NOS zich klaarblijkelijk onvoldoende realiseert.

Neutrino’s
Sociale media-stress en de Mexicaanse griep zijn niet de enige voorbeelden van misstappen van de NOS. Net als de persvoorlichter van TU Delft Michel van Baal kromp ik ineen toen ik een item in het journaal zag over de neutrino’s die niet sneller dan het licht bleken te zijn gegaan. Verslaggever Kees van Dam sprak daarover Nobelprijswinnaar Gerard ‘t Hooft. Zijn vraag: “Onderzoeksresultaten naar buiten brengen die later die niet blijken te kloppen. Hebben we het dan over een blunder, gerommel?”

Nee, dan hebben we het niet over gerommel. De reden dat de onderzoekers van CERN de resultaten naar buiten brachten was dat ze zelf op hun klompen aanvoelden dat er iets niet moest kloppen. De theorie van Einstein staat als een huis. De kans was groot dat er ergens een fout in de meetmethode zat waardoor de neutrino’s sneller dan het licht leken te gaan. Alleen konden de onderzoekers de fout niet vinden, vandaar dat ze andere wetenschappers om hulp vroegen.

Geen wetenschapsredacteuren
Deze fout had voorkomen kunnen worden door het item door een wetenschapsredacteur te laten maken, maar die heeft de NOS niet in dienst. Dat is een bewuste keuze. Oud-hoofdredacteur Hans Laroes vond dat onnodig en zijn opvolger Marcel Gelauff zet die lijn voort. In hetzelfde artikel van universiteitsblad TU Delta zegt Gelauff daarover:

Ik wil niet dat mijn collega’s het werk van wetenschappers overdoen. Daar is geen tijd voor. We hebben een permanente deadline. Natuurlijk moeten ze een bepaald onderzoek wel in de context plaatsen. En natuurlijk maken we wel eens fouten, maar toch denk ik: daarvoor heb ik geen wetenschapsredacteur nodig. Dat hoort gewoon bij gedegen journalistiek handwerk.

Terwijl de wereld in rap tempo ingewikkelder wordt door steeds geavanceerdere technologie die in alle hoeken van de samenleving opduikt, denkt de hoofdredacteur van NOS Nieuws daarover te kunnen schrijven zonder specialist. Meerdere blunders laten zien dat dat vaak misgaat.

Het is niet dat de NOS geen specialisten in huis heeft. Gelauff:

We hebben wel specialisten op bepaalde thema’s als gezondheidszorg, maar wij halen journalisten in huis, geen wetenschappers.

Alsof het een het ander uitsluit. Er zijn in Nederland talloze wetenschapsjournalisten, die beide disciplines weten te verenigen. Sterker nog: ze hebben zelfs een eigen vereniging.

Een wetenschapsredacteur kan tijd besparen
Ik verbaas mij nog meer over het feit dat gezondheidszorg wel een eigen portefeuille waard is, maar wetenschap niet. Alsof iedereen met wat rondbellen en nadenken zomaar verslag kan doen van “dopingschandalen, veeziektes, klimaatverandering, kernenergie, weersextremen, virusuitbraken, computerbeveiliging, milieurampen en criminaliteitsstatistieke”. Een natuurwetenschappelijke bachelor duurt niet voor niets drie jaar.

Bovendien kan een wetenschapsredacteur in tegenstelling tot wat Gelauff denkt juist tijd besparen. Het is van toegevoegde waarde als er iemand op de redactie aanwezig is met verstand van zaken die snel kan aangeven hoe iets in elkaar steekt en welke invalshoek interessant is.

Toen het na de aardbeving in Japan mis dreigde te gaan bij de kerncentrale Fukushima heb ik op de krantenredactie waar ik destijds werkte uitgelegd wat de drie belangrijkste soorten ioniserende straling zijn. Handig voor de andere redacteuren, die gelijk meer kennis over de situatie hadden. Maar het bespaarde ook tijd, omdat enkele verhaalideeën van tafel konden en er een paar stappen verder werd gedacht.

De essentie van wetenschap
Waar komt deze starre houding van Gelauff tegenover wetenschap vandaan? Keulemans houdt het erop dat wetenschap maar lastig, vervelend en saai is. Maar volgens mij gaat het verder dan dat. Gelauff heeft totaal geen benul van waar de wetenschap voor staat. Hij zegt:

[H]et is niet zo dat wetenschappers dé waarheid vertellen. De wetenschap staat niet stil. Wat vroeger voor waar werd aangenomen, wordt inmiddels weer ondergraven. Absolute waarheden bestaan niet.

Daar is-ie weer: de waarheid. Gelauff heeft gelijk, maar laat daarmee zien dat hij van wetenschap geen kaas gegeten heeft. Wetenschappers twijfelen juist voortdurend aan alles, dat moet de basishouding zijn. Door twijfel blijf je scherp. Wetenschappelijk onderzoek maakt stappen juist door slimme lieden die zich constant dingen afvragen. Niks staat vast.

Daartegenover staat een zekerheid: wetenschap werkt door de bank genomen. Het is een bewezen methode om kennis te vergaren. De relativiteitstheorie van Einstein wordt misschien ooit overtroffen door een nieuw model dat nóg meer verklaart, maar dat betekent niet dat we op de huidige theorie niet kunnen bouwen. Zonder Einstein zouden we bijvoorbeeld geen GPS hebben, een uitvinding waarvan veel mensen dagelijks gebruikmaken om de weg te vinden.

Reactie
Nieuwslezeres Sacha de Boer reageerde snel na de kritiek op haar interview met NS-directeur Meerstadt. Tot op heden heeft Gelauff, op de ingezonden brief na, niet gereageerd. Niet op de publicatie van universiteitsblad Delta, noch op de NOS-berichtgeving over sociale media-stress. Op het weblog van de NOS-hoofdredactie is het tot nu toe stil gebleven. Ik roep Marcel Gelauff op om zich te mengen in de discussie en een uitgebreide toelichting te geven.

Update: Gelauff heeft inmiddels gereageerd op de kritiek over de berichtgeving rondom sociale media-stress. In de comments gaat hij ook kort in op de bredere kritiek.

Dit stuk verscheen eerder op De Nieuwe Reporter.

Geef een reactie